De Liefde Van Mijn Leven

Hoe is het toch mogelijk! Voor ik vertrok uit Nederland, kreeg ik uit verschillende hoeken te horen dat ik “helemaal verliefd op een Braziliaan” thuis zou komen  uit Rio. Ik wuifde deze opmerkingen laconiek weg, vastberaden om me hier netjes te gedragen. Bovendien, de Braziliaan bleek de reputatie te hebben het niet zo nauw te nemen met trouw en monogamie, dus die beurt dacht ik lekker aan me voorbij te laten gaan. Ik zou me niet laten verleiden, heus niet! Maar niets is minder waar. Het onderwerp dat ik zo lang slinks uit de weg heb weten te gaan in mijn berichten moet nu dan toch echt worden aangesneden: Mannen.

Zal ik maar meteen met een beschrijving komen? Oké. Grote bruine ogen, lichtbruine krullen, schaterende lach.. Wil je meer weten? Oké. Hij is pak ‘m beet 70 cm lang, net een jaar geworden en kan al bijna zelf lopen, en zijn naam is Leandro! Lolwut? Hahaha, had ik jullie mooi even te pakken ;-) Maar even serieus: wat een lief manneke is het toch. Door de foto’s alleen al vindt mijn moeder dat ik hem best mee naar Nederland mag meenemen als ik hier weg moet (en zijn zus mag ook mee!), maar in het echt is hij nog liever! Vergeleken bij het hummeltje dat ik in juli leerde kennen, is hij nu al een minimensje geworden met een sterk karaktertje en dat laat hij duidelijk merken! Als iets hem niet zint kunt je gegarandeerd een gefrustreerde krijs verwachten, en ook als iets te lang duurt, hoor je dat meteen. Soms kan dat behoorlijk irritant zijn, als ik bijvoorbeeld even met Mayara bezig ben en niet mijn volle aandacht aan Leandro kan geven. Leg maar eens uit een een kind van één dat ie maar vast zelf moet beginnen zijn vormpjes in een blokkendoos te rammen. Of dat het echt niet nodig is om volledig aangekleed bij zijn zus de douche in te klimmen. Dat wil er nog niet helemaal in.

Aan de andere kant: dat eigen karaktertje is nu net wat het ook zo ongelofelijk gaaf maakt dat ik hier ben. Ik mag elke dag getuige zijn van de exponentiële ontwikkeling van dit krullenbolletje. Per dag blijf ik me verbazen hoe snel het gaat. Van het ene op het andere moment klapt ie zelf in zijn handen, moet daar zelf om lachen, en brabbelt vervolgens rustig verder. Of hij buigt zijn voorhoofd naar mijn gezicht, wetend dat ie op een dikke pakkerd kan rekenen. Of duikt zelf met wijd opengesperde mond op mijn gezicht af om me te kussen. Of hij geeft me een High Five (ja, echt!) Of hij zit op de commode, met een verse luier (nadat hij ook vol trots – en met bijbehorend gezicht van opperste concentratie- heeft laten weten dat ie een groot cadeautje voor me heeft gemaakt) en kijkt me aan met een blik vol verbazing, blijdschap en affectie. Zegt ie ineens LAUR (ja zonderA)!! Oké, het klonk meer als een dronken Lurrr, maar hee, BOEIEND! HIJ ZEI LAURA!!! Mijn dag kon niet meer stuk, dat hoef ik vast niet uit te leggen.

Mayara had overigens een mooie theorie over het leren praten van Leandro. Elke keer dat Leandro iets uitkraait wat ook maar in de verste verte lijkt op Laura kijkt ze me aan met sterretjes in haar ogen en een blije blik, alsof ze daarmee zegt: Ja, ik hoor het ook, hij zei Laura! Haar theorie was dat Leandro begint met Lala, dan Laula, Lauwa, dan Laur en als laatste Laura. En tussendoor gooit hij er nog Yaya (Mayara) doorheen. Geweldig, taalverwerving gezien door de ogen van een kleuter.

Het taalgevoel van Mayara is ook zoiets waar ik elke dag weer versteld van sta. Vloeiend tweetalig is ze niet, waarschijnlijk doordat op het meest cruciale moment in de moedertaalontwikkeling van het kinderbrein (zwangerschap tot en met 10 maanden, zeg ik uit mijn hoofd) niet consequent genoeg in het Nederlands met Mayara is gepraat. Maar dat geeft niet. Het geeft mij als talennerd een interessant verschijnsel om te bestuderen, en de kans om Mayara op een speelse manier Nederlands te laten praten. Wat is er zo bijzonder aan het -Nederlandse- taalgevoel van Mayara (los van het superschattige Braziliaanse accentje van haar)? Niet zozeer dat haar Nederlands ‘slechter’ is dan haar Portugees, maar haar Nederlands lijkt meer een letterlijke vertaling van het Portugees. Ik zal voor de leken in de taalwetenschap onder ons proberen te vermijden om al te diep in de materie te duiken, maar wat me opvalt, komt neer op het volgende: Ik had verwacht dat het Nederlands van Mayara simpeler zou zijn, bijvoorbeeld op het niveau van een 3-jarige. Dat is niet het geval. Het lijkt meer op mijn manier van Portugees leren; wel dingen willen zeggen maar soms de betekenis van woorden niet weten. En soms gebruikt ze Nederlandse woorden in situaties die niet helemaal kloppen, maar waarvan ik meteen weet hoe ze dat in het Portugees zou hebben gezegd. En dat terwijl ze die woordkeus niet in die situatie van mij of haar moeder kan hebben gehoord. Bijvoorbeeld: Ela fala que posso… betekent: Zij zegt dat ik kan.. Mayara maakt daarvan: Zij praat dat ik kan.. En dat terwijl fala zeggen en spreken met kan betekenen. Dat vind ik zo verwonderlijk; net alsof ze met een woordenboekje rondloopt en de verkeerde betekenis opzoekt. Of wanneer ze zegt: Laura, jij is lief! alsof ze weet dat is de derde persoon enkelvoud is van zijn, net als dat è de derde persoon enkelvoud is van ser (jij bent lief = você è doce; Braziliaans Portugees gebruikt geen 2e persoon enkelvoud)…. Ik vraag me af hoe zich dit ontwikkeld heeft in haar hersentjes..

Goed, ik weet dat mijn collega’s iets anders dan dit bedoelden met verliefd worden op een Braziliaan. Maar deze twee kindertjes hebben zich eigenlijk al vanaf dag één voor me weten te winnen, en laten me elke dag weer zien waar het om draait, namelijk de kleine dingen, stap voor stap de wereld ontdekken en uitvogelen wat je plaats is in die wereld, en terwijl je dit doet jezelf liefst omringen met liefde. De knuffel van een kind is de beste die je kan krijgen. Dit soort knuffels is oprecht, gemeend en komt recht uit het hart.

Ach, en weet je wat: dat verhaal over die lange, knappe Braziliaan met krullen en bruine ogen en meer mijn leeftijdscategorie? Dat verhaal komt heus ook nog wel een keer. Eerst even checken of ie een leuke vader heeft, voor mijn moeder. ;-)

Goed Beslagen Ten IJs?

Het was een druilerige maandagmiddag, en ik liep een beetje door één van de locale megashoppingcenters. Plots viel mijn oog op een poster met een jolige pinguin. Ik dacht eerst nog dat het een aankondiging voor Happy Feet 2 was (die poster heb ik vandaag trouwens voor het eerst gezien!), maar schijn bedriegt. Bleek dat het bord aangaf dat ergens boven in die shopping een ijsbaan was aangelegd! En we hebben het hier over medio oktober, in een stad waar het zomer aan het worden is, met buiten een gemiddelde temperatuur van zo’n 25 graden! Ik dacht dat ik alle gekke dingen hier wel zo’n beetje gezien had… Hollands als ik ben en met niks beters op de agenda voor die middag, besloot ik die Brazilianen wel eens een poepje te laten ruiken. Ik zou wel eens laten zien hoe je moet schaatsen! Dus ik op zoek naar die baan, door een wirwar van net zulke irritante roltrappen als in de V&D (denken ze nou écht dat ik op een etage blijf rondhangen als er een hek tussen de omhooggaande roltrappen geplaatst is? ), op zoek naar ijs. En wie zoekt zal vinden, jawel! Een heuse kunstijsbaan van – volgens de website – 300m². Van dat formaat geloof ik dus helemaal niks, maar goed, het zal wel net zoiets zijn als de mannenversie van 30 cm. Ofzo. Dat mocht de pret niet drukken, ijs is ijs, en schaatsen zou ik, dat het een lieve lust was. Ik betaalde entree voor een uur en moest een waiver tekenen dat ik op eigen risico aan de glij ging. Eenmaal door het draaihekje werd ik door de ene meneer naar een bankje gedirigeerd, nam een ander mijn tas af om veilig te bewaren, kwam een meid aanzetten met een haarnetje en een helm, een tweede meid met kniebeschermers, een tweede meneer met elleboog- en polsdingen. Oh, en laten we vooral de handschoenen, met losse plastic haarverfhandschoentjes (jaja, wel hygiënisch blijven hè..) en de schaatsen niet vergeten. Meid 3 kwam er mee aan zetten. Blijken ze daar gewoon dezelfde (waarschijnlijk uit een Noord-Europees land afgedankte) blauwe klik-en-sluit huurschaatsen te hebben als bij Nederlandse ijsbanen! Alsof al die debiele, verplichte beschermers nog niet genoeg waren (waar teken ik die waiver dan voor?!), neen, beginnen die mensen alles tegelijk bij me aan te trekken! Ongelofelijk; en ik dacht dat we in Nederland Melkertbanen hadden… Nou, daar kunnen ze hier ook wat van. Ik heb ze nog net gen lel gegeven om van me af te blijven. Gelukkig had ik zelf al aan sokken gedacht en mocht ik die zelf aantrekken… Goed, alles aan, beschermers op hun plaats en magneetkaart voor de tijd om mijn nek, klaar om te schaatsen! Ik had de baan bijna voor mezelf, dus ik had heerlijk de ruimte om eventjes wiebelig te wennen aan de botte ijzers en de gaten in het ijs. Maar na 2 rondjes draaide ik als een echte Hollandse lekker rondjes en bochtjes achteruit, heerlijk! Op het ijs waren ook instructoren aanwezig; een paar vlot schaatsende knullen die klaar stonden om de carioca waar nodig op te rapen en bij te staan. Toen ze zagen hoe soepel ik steeds om mijn as draaide, kwam er één naar me toe en zei: “Wow, jij kan goed schaatsen, waar heb je dat geleerd?” En ik lachte: “Hallooh, ik kom uit het land van Sven Kramer en Ireen Wust, tuurlijk kan ik schaatsen!” Keek ie me schaapachtig aan omdat hij niet wist wie Sven Kramer was… Toen heb ik hem maar even een stukje cultuur bijgeleerd, over 4-voudig wereldkampioenen, eigen schaatsen bezitten en de Nederlandse seizoenen. Oh, en en passant heb ik meteen mijn Portugees kunnen oefenen. Ik had trouwens nooit gedacht dat ik nog woorden zou leren in deze tak van de taal. Probeer maar eens met je zomerse vocabulaire uit te leggen dat ze die ijzers moeten slijpen en de baan moeten vegen met een dweilmachine met heet water…..

Dat is dus schaatsen in Rio de Janeiro. Zo zie je maar weer; de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ik prijs me hier elke dag gelukkig dat ik hier mag zijn en dat ik dit alles mag meemaken. Het zijn dit soort simpele dingen waar ik het meest van geniet, het zijn dit soort kleine dingetjes die me af en toe aan thuis doen denken en die maken dat ik Nederland mis. Maar daarover in een ander verhaal meer. Voor nu laat ik het even bij de boodschap dat ik me elke dag blijf verbazen over Rio, Brazilianen en het feit dat ik het allemaal mee kan maken. Never a dull moment!

A Whole New Me

Laura 3.0 is in de maak. Versie 2.0 werd al gelanceerd met het aanmaken van deze website en een facebookpagina, maar nu is het tijd voor een update in de firmware. Toen ik begin aan het bijhouden van een blog voor mijn avonturen in Rio de Janeiro, had ik niet echt een duidelijk doel voor ogen. Dat heb ik nog steeds niet. Aan de ene kant schrijf ik dit allemaal om het ‘thuisfront’ op de hoogte te houden van wat ik hier allemaal meemaak, aan de andere kant is schrijven een manier om mijn gedachten voor mezelf helder op een rijtje te zetten. En naarmate ik hier langer zit en de glamour van alle nieuwigheid hier begint te slijten, krijg ik weer meer ruimte in mijn hoofd en krijgen mijn posts een steeds persoonlijker, dagboekachtig karakter. Het is net als met een nieuwe aankoop: na een paar weken is de glans van nieuwe eraf en ben je aangewezen op de kern, het functionele aan je aankoop. Zo is het ook met mij. Het nieuwe, avontuurlijke en onwaarschijnlijke gevoel van “woooow, ik woon in Rio” en het verwerken van nieuwe, eerste indrukken begint uit te werken en maakt plaats voor datgene wat deze reis werkelijk lifechanging maakt. Dat vind ik eng, want het is niet zo dat ik ineens hier wil stoppen met het schrijven van blogs omdat ik geen ‘spannende, toeristische dingen’ meer meemaak, zoals het bezoeken van de Cristo Redentor of een Sambaschool. Ik wil blijven schrijven over wat ik meemaak. En het betekent dat wat ik schrijf, steeds meer inzicht geeft in wat mij op persoonlijk, geestelijk, soms zelfs spiritueel niveau bezig houdt. En dat leesbaar voor iedereen op Internet. Brrrr.

Waarom dan toch publiek maken? Dat is niet in een antwoord te vatten, maar hopelijk kan ik het uitleggen aan de hand van het volgende. Op meerdere momenten in mijn leven heb ik het gevoel gekregen ‘ergens niet bij te horen’. Op zich niet dramatisch. Op de kleuterschool zat ik al in mijn eentje in de zandbak te spelen en vond dat prima. Op de basisschool heb ik eindeloos veel boeken in één adem uitgelezen en ook dat vond ik prima. Op de middelbare school idem; terwijl mijn klasgenoten massaal met elkaar afspraken na school, kwam ik vaak niet eens op het idee en ging zelf doen waar ik op dat moment zin in had. Nog steeds geen probleem. Ondanks het feit dat ik me prima alleen kan vermaken, kan iedereen die me ook maar een beetje kent beamen dat ik behoorlijk sociaal ben en overal met iedereen een gesprek kan voeren. Aan een sociaal leven dus geen gebrek. Tot ik ging studeren en besefte dat ik niet, net zoals mijn broer, beste vrienden had overgehouden aan mijn middelbare schooltijd. Bij mij is het meer een komen en gaan van mensen waar ik vaak mee omga. En dat vond ik jammer.

Dus om te voorkomen dat me in mijn studententijd hetzelfde zou overkomen, werd ik lid bij een studentenvereniging. Daar was het de bedoeling om met een groep van 10-15 mensen een jaarclub te vormen; mensen die je uitkiest om je vrienden te worden voor de rest van je verenigingslidmaatschap, om samen te eten, naar feesten gaan, etc. Het idee is dat je daar een aantal goede vrienden aan overhoudt; je deelt immers studentenlief en -leed met elkaar. Mijn strategie was om zoveel mogelijk mensen te leren kennen in die eerste weken, om te zien met wie ik in zo’n jaarclub wilde. Gevolg: ik eindigde zonder jaarclub. Toen ik een jaar later bij een andere vereniging ging, overkwam me min of meer hetzelfde. Ik heb toen verschillende mensen gevraagd wat voor mensen een reden kon zijn dat ze mij er niet bij wilden hebben. Eén van de antwoorden was dat ‘men soms geen hoogte van me kan krijgen’. En dat terwijl ik mezelf als een open en sociaal persoon beschouw!

Die opmerking zette me aan het denken. Eigenlijk snap ik wel wat dat meisje daar mee bedoelde. Ik ga altijd uit van het positieve in iemand. Wanneer ik nieuwe mensen leer kennen, hoeven ze mijn vertrouwen niet te winnen, maar kunnen ze het alleen maar verliezen. Je hoeft jezelf niet te bewijzen, niet te vechten voor aandacht of waardering. Iedereen is in feite bij kennismaking een 10, en kan punten verliezen (of bonuspunten scoren). Je moet het heel bont maken, wil je punten verliezen. Ik vond het altijd een goede eigenschap van mezelf, dat iedereen het voordeel van de twijfel krijgt, maar ik begin steeds meer in te zien dat op deze manier ook mensen misbruik van dat vertrouwen kunnen maken. Wanneer iemand me namelijk echt teleurstelt, haal ik mijn schouders op en laat ik het van me afglijden. Althans, zo lijkt het, want het grijpt me wel degelijk aan. In feite geef ik mensen een mogelijkheid, de macht so you will, in handen om me te kwetsen, en ben ik vervolgens teleurgesteld als mensen misbruik maken van dat vertrouwen. Zonder dat ik van tevoren aan geef waar die grens eigenlijk ligt. En zonder dat ik er achteraf boos om word op die persoon. Ik heb nooit ruzie. Volgens mij is dat hetgeen wat mensen bedoelen met het “geen hoogte kunnen krijgen”. Als het ook maar enigszins bij me in de buurt komt, creëer ik afstand en laat ik het gaan. Geen wonder dat ik zo vaak het gevoel heb dat ik er niet bij hoor; ik laat in feite mensen niet toe, geef geen grenzen aan en geef niet aan wanneer men erover heen gaat. Vandaar ook dat ik nooit ruzie heb; ik leg mensen niet het vuur aan de schenen wanneer ze mijn grens over gaan.

Maar waarom eigenlijk niet? Waarom zeg ik het niet als iets me kwetst? Waarom laat ik mensen ermee wegkomen? Waarom ga ik niet de strijd aan? Om de lieve vrede te bewaren? Of omdat ik bang ben dat als ik aangeef waar de grens ligt, mensen het belachelijk zullen vinden, dat ze denken: wat een watje. Of dat ze, als ze erachter komen wie ik echt ben, van binnen, dat ze dan teleurgesteld in mij zijn? Dat ze me niet meer willen kennen? En waarom vind ik dat zo belangrijk? Geen idee. Wat ik wel weet, is dat dat moet veranderen. Ik begin eindelijk in te zien dat ik meer waard ben dan dat. Het zou een voorrecht moeten zijn om mij te kennen, geen recht. Ik ben ook die 10 waard. Ik ben het waard om voor te vechten, zij het niet door anderen dan in ieder geval door mezelf, voor mezelf. Dit avontuur raakt niet zijn glans kwijt, maar is als een schelpje. Aan de buitenkant ruw, weerbaar voor de woeste zee en het zoute water. Maar eronder, wanneer het schelpje strandt in het zand en de ruwe laag wordt weg geschuurd, verschijnt een glanzende parelmoeren laag.

Dus waarom dit verhaal? Om uit mijn comfortzone te komen, om mensen hoogte van me te laten krijgen, om voor mezelf te vechten. En om mijn gedachten op een rij te zetten. Dus beschouw dit als een … tja, als wat? Waarschuwing? Aankondiging? Openhartige bekentenis? Poging tot toenadering zoeken..? Maak ervan wat je wilt, ik noem het Laura 3.0.

Birthdays and goodbyes

Vorige week waren Mayara en Leandro jarig, een dag na elkaar. Reden voor een feestje! Dankzij een aantal verjaardagen in de klas van Mayara had ik al een beetje meegekregen hoe het hier er aan toe gaat als kinderen jarig zijn, maar nu was het tijd om het eens van de andere kant mee te maken. Kinderen worden hier ongelofelijk in de watten gelegd. Het is niet ongewoon om al voor de 3e verjaardag van je kleine koning of koningin een megafeest te geven in een afgehuurd zaaltje, waar ook ouders worden vermaakt met veel eten en zoetigheid. Het is ook niet ongewoon dat deze feesten plaatsvinden vanaf 18u to 23u. Zeker als je als ouders meer geld te besteden hebt, dan huur je een zaaltje en is het feest geheel in het thema van de Disneyrage van het moment. Voor een kind van 3! Gelukkig hebben we het voor Leandro en Mayara net wat nuchterder aangepakt. Niet dat ik het niet belangrijk vind om een verjaardag goed te vieren, maar ik vind dat het belangrijker is dat kinderen en leuk feestje vieren met hun vriendjes en vriendinnetjes dan dat ook de ouders zich volstoppen met taart en dat kinderen van die leeftijd opblijven tot minimaal 23u nadat ze al een lange dag school hebben gehad. Petra denkt daar net zo over dus besloten we om het feestje voor de kids op de vrijdag van Leandro’s verjaardag te houden op de school/crèche van Mayara tijdens lanche (4uurtje). Misschien had ik het al genoemd, maar vrijdag is de dag dat de kinderen geen uniform aan hoeven, en hun ‘fantasiada’ aanmogen naar school oftwel: verkleedkleren. Supergrappig is dat; ik heb al verschillende Sneeuwwitjes, Cinderella’s, Batmans, Spidermans en Doornroosjes voorbij zien huppelen. En Mayara is ook altijd supertrots als ze een van haar prinsessenjurken aan mag. Aangezien Mayara helemaal dol is op Cinderella, besloten we haar feestje in dat thema te houden. Dus werd er een taart besteld met het hoofd van Cinderella erop, kochten we dito tafelkleden, servetjes, hoedjes en bekertjes. Zie de foto voor het resutlaat!

Tafel met allemaal Cinderelladingen.....

De taart

Mayara vond het helemaal fantastisch! En Leandro ook, en dat vind ik het allerbelangrijkste. Oh ja, en geheel naar Nederlandse kleuterschooltraditie heb ik voor de twee feestvarkentjes een verjaardagskroon in elkaar zitten knutselen. Leandro heeft het ding wel geteld 10 seconden op zijn hoofd gehad voor hij het zat was. Mayara hield het langer uit :) Als aandenekn aan het feestje krijgen alle kinderen een cadeautje mee van de jarige, dus ik heb 25 zakjes met presentjes zitten vullen voor de hele klas. Daar staat dan wel weer tegenover dat Mayara nog drie dagen lang cadeautjes van klasgenootjes mee naar huis heeft gekregen. Op die manier wil ik ook wel jarig zijn!

Leandro is ook verkleed :)

Nu is Mayara dus 4, en wat een verschil is dat ineens! Alsof het getal 4 een knop omzet in het hoofd van een kleuter. Nu vind ze zichzelf ineens een heel grote meid, en daar gedraagt ze zich ook naar! Dingen die ik eerst eindeloos vaak aan haar moest vragen doet ze ineens uit zichzelf. Wat ben ik ongelofelijk trots op die grote kleine meid, dat gaat nog lastig worden als ik hier weg moet… Sowieso wordt dat al lastig, maar als je bedenkt dat ik hier nu twee maanden ben en zie hoeveel ik haar (en haar broertje) al heb kunnen leren (en ik van hen!), dan word ik helemaal warm en fuzzy van binnen. Laatst was ze klaar met het aandoen van haar pyjama na het badderen (jaja, zelf aankleden en haartjes kammen, “niet kijken, Laura!!”) en kwam ze de badkamer uit. Ik zat op de bank te wachten tot ze klaar was, komt ze ineens muisstil uit de badkamer geslopen (ik had Leandro net in bed gelegd) en gaat ze naast me op de bank zitten, slaat haar armpjes om mijn nek en zegt: “Lauraaaa, jij is lief!!” en ik krijg er een plakkerig kusje op m’n wang bij. *SMELT* Wat wil je nog meer, niks toch?

Het wordt nog beter zelfs. ‘s Ochtends nadat ik Mayara bij de crèche heb afgeleverd, ben ik met Leandro thuis nog wat aan het spelen voor hij een dutje doet. Ik zat naast hem op de grond en hij was wat heen en weer aan het hobbelen aan de bank (duurt echt niet lang meer voor ie los kan lopen!). Beetje brabbelen, beetje kusjes oefenen. Zo schattig, hij zit af en toe echt met zijn lippen als een visje smakgeluiden te maken. Komt ie ineens mijn kant op en laat zich met open mond tegen mijn wang ploffen! Big smile van oor tot oor, helemaal trots dat ie me een kus is komen geven. Dat was zo’n gaaf moment! Om nooit te vergeten.

Minder leuk moment van de afgelopen week was het vertrek van Gabriela. Haar stage zat er op en het wat tijd om weer terug naar huis te gaan. Althans, niet helemaal naar huis, maar naar haar lief in Parijs. Dat is trouwens nog een verhaal apart. Gabi was zo zenuwachtig voor ze weg ging; zou het nog steeds zo leuk zijn met hem als eerst, toen ze hem hier in Rio had leren kennen? Malou (huisgenootje) en ik verzekerden haar van wel (ik heb nog niks van haar gehoord, dus geen nieuws is goed nieuws zullen we maar zeggen..) Natuurlijk super dat die twee elkaar na twee maanden weer in de armen konden sluiten maar het was toch even slikken. In die twee maanden is het zo’n goede vriendin van me geworden, dat hield ik niet voor mogelijk. Het wordt elke keer maar weer bevestigd hoe ongelofelijk goed het is dat ik hier naartoe ben gekomen. Er zijn zó veel spreekwoordelijke kwartjes gevallen, en dingen die ik stiekem eigenlijk al wist of aanvoelde worden alleen nog maar extra bevestigd. Gabi is één van die personen waar ik dat aan te danken heb. Vandaar dat ik het bij het afscheid niet droog heb gehouden. Maar gelukkig hebben we Nederland weer als verzamelpunt!

Hm. Volgens mij is dit een super onsamenhangend verhaal geworden en niet alles komt er uit zoals ik wil, maar het komt er op neer dat het weer een bewogen paar weken zijn geweest.

Over keuzes en onzekerheid

Eén van de redenen om hier naar Rio te komen, was dat ik heel graag wilde ervaren hoe is om voor langere tijd in een ander land te wonen, omringd door een andere taal. Daarnaast wilde ik heel graag langere tijd met kinderen bezig zijn, en tegelijkertijd wat geld kunnen verdienen. Dat is niks nieuws en heb ik al verteld in een eerder bericht. Er is echter nog een reden waarom ik naar het buitenland wilde. Het besef kwam in januari 2011 ongeveer. Ik was bezig met het schrijven van mijn literatuuronderzoek, als onderdeel van min afstudeerproject. In de Jaarbeurs werd de masterbeurs gehouden, en ik ging er naar, in de hoop erachter te komen wat ik nu eigenlijk met mijn leven wilde doen na LAS (zie het onderdeel education op deze site). Voor wie het nog niet wet: ik ben een beetje (lees: een hele boel) een fladderaar. Ik vind heel veel dingen leuk om te doen, en interessant om te bestuderen, en als ik langer dan 10 weken met hetzelfde bezig ben, raak ik verveeld en wil ik wat anders doen. Aan de ene kant best handig, omdat ik telkens op zoek ga naar nieuwe ervaringen, nieuwe mensen om te leren kennen, nieuwe boeken om te lezen en ga zo maar door, Maar tegelijkertijd is het vet irritant, omdat deze wispelturigheid het ongelofelijk moeilijk maakt om een master te vinden. Ik ben bang om me te binden aan een vervolgopleiding, waarbij het toch echt de bedoeling is om je meer te specialiseren in je vakgebied, en met het oog op een carrière, toekomst etc etc etc.. Juist omdat ik zoveel verschillende dingen leuk vind, en wil en zelfs nodig heb om geboeid te blijven, ben ik bang om de verkeerde keuze te maken, en dan een jaar of twee vast te zitten aan iets specialistisch en verdiepends waar ik niet gelukkig van word. Natuurlijk kan je erns mee kappen als het niks is, maar het geld groeit mij (en m’n ouders) ook niet eindeloos op de rug, en daarnaast hou ik er niet van om ergens mee te moeten stoppen “omdat ik het niet leuk vind”. Suck it up denk ik dan, iedereen moet wel eens dingen doen die hij of zij niet leuk vindt. Bovendien heb ik bij mijn bachelor al eens de verkeerde keus gemaakt (Biomedische Wetenschappen vóór LAS), en daar heb ik voor mijn gevoel al genoeg tijd mee verloren. Ik wil nu eindelijk wel eens ontdekken wat ik het allerleukste vind om te doen, waar ik mijn ei in kwijt kan en waar ik niet al na tien weken helemaal genoeg van heb. Goed, die Masterbeurs dus. Daar kwam ik helemaal gedesilusioneerd van terug. Eigenlijk wist ik nog minder goed wat ik wilde dan ervoor. Tja, en dan dat verlangen om naar het buitenland te gaan, en naderende deadlines voor masterinschrijvingen… Dus toch maar buitenland en dan hopelijk erachterkomen wat ik dan wel wil doen met mijn leven.

Blegh, wat klinkt dit allemaal dramatisch en jammerend. Eigenlijk is het gewoon een kwestie van te veel keus hebben. Juist omdat ik alles leuk vind, en best veel kan, of in ieder geval (bijna) alles wil proberen. Is dit nou die quarterlifecrisis van mijn generatie waar de media het over hebben?

Anyway, nu zit ik hier, geniet me te pletter, en ben nog steeds elke dag dankbaar voor alles wat ik mag meemaken, lieve mensen om me heen, mooie foto’s maken, leuke feestjes, heerlijk weer… En ik weet het nog steeds niet. Als ik kijk naar de vrienden die ik hier heb gemaakt, die concreet bezig zijn met het uitdenken van volgende plannen, bedenken van volgende stappen om te zetten voor de toekomst, dan voel ik me een beetje leeg. Niek die bezig is om kinderen van de straat opvang te bieden en allerlei projectjes opzet met sportdagen, slippers uitdelen, Gabi die voor stage dansdocente in de favelas is en alweer bezig is met het regelen van haar volgende avontuur naar Kenia… Ik voel me zo nutteloos. Alsof ik allemaal potentieel in me heb zitten, dankzij een goede opvoeding en opleiding in Nederland waar  ik niks mee doe. Waar heel veel kinderen hier niet eens van durven te dromen, omdat er geen geld is, ze geen huis hebben, of omdat het onderwijs simpelweg niet hetzelfde niveau heeft als bij ons. Het voelt een beetje alsof ik mijn tijd aan het verspillen ben aan dingen die er niet écht toe doen. Dingen waar ik enorm van geniet, en enorm dankbaar voor ben, maar waar ik elke dag nog verbaasd over ben dat ík ze mag meemaken. Waarom kan en mag ik wel genieten van een caipirinha op het strand en de zon op mijn huid terwijl er zat mensen zijn op deze wereld die te maken hebben met oorlog en honger, en kinderen die aan drugs verslaafd zijn, en mensen die met 10 personen op 20m2 wonen? De contrasten in de wereld zijn zo ongelofelijk groot, het is gewoon niet eerlijk. En misschien is het een verschil van mentaliteit, en werken “wij westerlingen” kneiterhard voor de rijkdom die we hebben, maar als ik kijk naar mensen hier, die werken ook kneiterhard, en krijgen misschien een derde van wat het in Europa zou opleveren. Ik verdien hier meer dan de locale baba’s (nanny’s) en die maken langere dagen, en moeten meer doen voor dat geld. Ik ben op straat nog maar weinig baba’s tegengekomen die er vrolijk bij keken dat ze met kids bezig zijn. Het is voor velen volgens mij gewoon een manier om het noodzakelijke geld in het laatje te krijgen (of het is gewoon toeval, en ik ben een ongelofelijke stuiterbal die altijd lacht, en kom toevallig alleen maar baba’s tegen die net hun dag niet hebben..).  Hoe dan ook, het voelt alsof ik mijn tijd aan het verdoen ben met uitvogelen wat ik wil, terwijl ik allang wat had kunnen doen met mijn talenten (en ja, dat mag je best van jezelf zeggen, dat je talenten hebt).

Ach, mijn tijd komt ook nog wel. Althans, dat zegt Gabi. En ik denk ook wel dat ze gelijk heeft, ik ontdek ook ooit wel wat ik wil doen. Ik hou gewoon niet van die onzekerheid, die doelloosheid, het niet hebben van een strak toekomstplan, een volgende stap. Voor nu moet ik die onzekerheid maar leren accepteren, accepteren dat ik ‘pas’ 23 ben, dat ik nog een heel leven voor me heb (onzin, je moet elke leven alsof het je laatste is vind ik, life is what happens when you’re making plans), dat ik nog tijd zat heb om te werken tot mijn 67ste (of whatever het kabinet dan wil).

Morgen is er weer een dag, en mag ik weer aan de slag met twee schatjes van kinderen die gelukkig niet aan de drugs verslaafd zijn. Waarvan een van de twee, als het goed is, dit weekend een fietsje voor haar vierde verjaardag heeft gekregen. Voorlopig neem ik er genoegen mee dat ik als Hollandse fietsmeid haar kan leren om dat ding te gebruiken. En ik hoop maar dat ik  in ieder geval  op het leven van deze twee kleine mensjes een positief verschil kan maken.